Rijksmuseum Twenthe presenteert van 6 april t/m 28 september 2014 de tentoonstelling Rubens, Van Dyck en Jordaens - de Vlaamse barok
Heroïsche Christusfiguren, vrouwelijke rondingen en mythologische goden met dramatisch wapperende haren: dat is waar wij aan denken bij Vlaamse kunst uit de 17de eeuw. Een groter contrast met de sobere landschappen van Ruisdael en de met symboliek geladen genrestukken van Jan Steen uit de reformatorische Noordelijke Nederlanden lijkt niet mogelijk. Maar klopt dit beeld eigenlijk wel? Is er werkelijk zo’n groot verschil tussen noord en zuid? Rijksmuseum Twenthe presenteert van 6 april t/m 28 september 2014 in samenwerking met het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen de tentoonstelling Rubens, Van Dyck, Jordaens - de Vlaamse barok. Aan de hand van meer dan vijftig schilderijen en enkele tientallen prenten geeft de tentoonstelling inzicht in de betekenis, het functioneren en de impact van de 17e-eeuwse kunst zoals ze in Vlaanderen werd geproduceerd. Het merendeel van deze meesterwerken is nooit eerder in Nederland te zien geweest.
Rijksmuseum Twenthe is voortgekomen uit een initiatief van de Twentse textielbaron Jan Bernard van Heek die zijn schilderijencollectie in een nieuw rijksmuseum in Enschede wilde onderbrengen. Het is te danken aan de vasthoudendheid van zijn familie dat dat museum er na zijn dood ook inderdaad is gekomen. In 1930 werd het museum aan de Lasondersingel geopend. De basis voor het museum werd gevormd door circa 140 werken, voornamelijk schilderijen vanaf de middeleeuwen tot en met de 19de eeuw, van Jan Bernard van Heek.